Guston, Philip (1913 - 1980) |
Nederlands/Belgisch
Internationaal
|
||||
| Wat
men ziet en het schilderij noemt is dat wat overblijft, een getuigenis.
Zelfs als men in het schilderij zich beweegt naar een staat van 'onvrijheid'
waarin slechts beperkte dingen kunnen gebeuren, moet toch onverklaarbaar
het onbekende en vrije verschijnen.
Gewoonlijk ben ik een tijd aan een schilderij bezig, tot het moment komt dat het gevoel van het eigenmachtige verdwijnt en de verf op de plaats terechtkomt zoals bedoeld. Het schilderen op zich, de verfstof en de ruimtes verzetten zich zo tegen de wil, zijn zo ongenegen om hun vlak te laten gelden en desondanks te blijven. Schilderen lijkt een onmogelijkheid met slechts nu en dan een teken van zijn eigen licht. Hetgeen nodig is wegens de dunne overgang van een lijnenspel naar een andere staat, een lichamelijkheid. In deze betekenis is schilderen eerder een bezetenheid dan te komen tot beeld. |
|||||